Wat beweegt… Jos Poelen?

“Ik ben een hele serieuze jongen, zet je dat er nog even in,” verzoekt Jos me bij het weggaan. Dat filmpje, dat vond hij ook al zo weinig representatief. Ik denk dat Jos de kracht van zijn humor onderschat. Met zijn opgewekte en tegelijkertijd gedreven houding is hij een geliefde fysiotherapeut bij Ysveld Fysio. Bij collega’s, bij fanatieke sporters en bij ouderen met COPD. Ruim zevenenhalf jaar werkt Jos Poelen bij Ysveld Fysio. In de tussentijd volgde hij de post HBO-opleiding sportfysiotherapie. Vreemd dat hij voor die verdieping koos is het allerminst. “Ik heb zelf altijd intensief gesport,” legt hij uit. Jos heeft veel gejudood en tegenwoordig voetbalt en fietst hij. Daarnaast kijkt hij graag naar sport en begeleid hij sporters. Grinnikend: “Eigenlijk interesseert mij maar één ding in het leven, en dat is sport.” Op de vraag of het echt zo ‘erg’ is, kan hij nauwelijks een ontkennend antwoord geven. “Ha, soms wel, ja. Af en toe denk ik: het mag misschien wel iets minder. Maar ja, als het iets met sport te maken heeft, dan wordt ik al gauw enthousiast.”

Naast zijn werk bij Ysveld Fysio, is Jos ook twee avonden in de week als fysiotherapeut actief bij het eerste team van voetbalclub Achilles ’29, waar hij zelf ook in een lager team speelt. Hij behandelt blessures en is bezig ‘op het veld’ om spelers die terug komen van een blessure te begeleiden. Met name dat laatste, het sportspecifieke herstellen en trainen, heeft Jos zijn interesse. “Het is ook een meerwaarde die ik nu in de praktijk kan aanbieden.” Op de praktijk op het USC voelt hij zich dan ook erg op zijn plek. “Het Gymansion dat ademt sport, zo gaaf. Als ik daar rondwandel, zie ik zo veel takken van sport. Maakt niet uit op welk niveau, iedereen is daar met sport bezig.”

Op het USC komt hij logischerwijs ook veel sportgerelateerde blessures tegen. Jos denk dat Ysveld Fysio een goede slag slaat in de begeleiding van sporters. “Veel fysiotherapeuten kunnen mensen helpen te revalideren tot een bepaald niveau. En ik denk dat wij nog een stap extra zetten, door daarnaast sportspecifieke begeleiding aan te bieden in het revalidatietraject.”

Doorgaans werkt Jos twee dagen op het USC en drie dagen in Berg en Dal. Als fysiotherapeut ziet hij lang niet alleen maar sporters. Maar ook met andere patiëntengroepen werkt Jos graag. Bovendien zijn veel dingen die op sporters van toepassing zijn, dat ook op andere patiëntengroepen. “Dan begeleid je iemand niet om weer te gaan hárdlopen, maar om – bijvoorbeeld na een zware operatie – weer te gaan lopen. Ik wil dan zorgen dat iemand thuis weer zelf de trap op kan.” Het is duidelijk dat Jos er plezier uithaalt om – samen met zijn patiënten – naar een doel te werken, een resultaat te behalen. “Ja, natuurlijk, er moet altijd gewonnen worden, zo simpel is het,” lacht hij. “Als ik verlies, dan ben ik niet te genieten. Ik laat het niet altijd merken, hoewel, ik vloek misschien wel een keer.”

Jos heeft vóór zijn opleiding sportfysiotherapie enkele cursussen gevolgd gerelateerd aan COPD (een chronische longaandoening). Twee keer in de week komt er een clubje mensen op de praktijk dat kampt met longproblemen. “Onder andere op dinsdagmiddag komen die patiënten bij ons langs. Ze kennen elkaar ook allemaal.” Altijd gezellig, volgens Jos. “Garantie voor appeltaart en voor koffie.” Maar er moet wel getraind worden. “Het is voor deze mensen heel belangrijk dat ze blijven bewegen.” En dan helpt het natuurlijk dat ze in een ‘groep’ trainen. “Jazeker, social committent, hè,” grijnst Jos.

Als je naar Jos luistert en hem bezig ziet als therapeut zie je plezier en professionaliteit. Het lijkt me dat hij altijd al wist dat dit vak bij hem zou passen. Dat blijkt slechts deels waar: “Als je 17 bent, weten sommigen precies wat ze willen; sommigen weten dat totaal niet. Ik behoorde tot die laatste groep.” Ja, één ding wist hij wel: iets met – hoe kan het anders – sport. “Ik vind het daarnaast leuk om met mensen te werken en zodoende ben ik bij fysiotherapie terecht gekomen.”

Vierenhalf jaar later was hij klaar met de opleiding. “Ik heb één extra stage gelopen,” verklaart hij de mij nauwelijks opgevallen uitloop van een half jaar. “Ik was natuurlijk vrij jong, het jongste ventje van de klas, ik kon nog wel wat extra ervaring gebruiken.” Achteraf is hij erg blij dat hij die ervaring heeft opgedaan: “Het was goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Het is best pittig, het werken met patiënten als negentienjarige.” Hoewel hij toegeeft dat het op dat moment als een nederlaag voelde. Hij legt uit: “Je wil winnen hè, dus het moet zo snel mogelijk.” Winnen en verliezen lijkt bij Jos onder veel omstandigheden op te gaan.

Zijn laatste stage doorliep Jos bij Ysveld Fysio en vervolgens mocht hij er blijven. “Voor een paar uur in de week in eerste instantie. De praktijk zag er toen nog best anders uit. Er was alleen de vestiging in Berg en Dal, de openingstijden waren minder ruim en van de huidige groep therapeuten werkte alleen Martin er.” Daarna heeft de praktijk zich in rap tempo ontwikkeld. Ook Jos zijn rol is meegegroeid, zo helpt hij jongere collega’s op weg binnen de praktijk. “Ik vind het leuk om nieuwe collega’s te helpen en ze daarnaast een goed gevoel te geven. Zodat ze het naar hun zin hebben op de praktijk. Een goede sfeer is belangrijk.”

Jos kan zich daarnaast vinden in Harolds ambitie en gedrevenheid. “Harold streeft ook naar het optimale. Op organisatorisch vlak, maar ook inhoudelijk, zoals door middel van scholing.” De scholingen met het team vindt Jos “ten eerste heel gezellig. En ten tweede is het ook erg leerzaam. Want ik leer natuurlijk ook gewoon dingen van jongere collega’s. En het doel is uiteraard – bij Jos ontbreekt nooit een doel – dat we individueel en als team beter worden.”